Architectonische uitgangspunten
Bij het realiseren van de eerste tekeningen ten behoeve van de eerste
verbouwing tot woonhuis (in 1990) is de architect uitgegaan van twee basisgegevens,
te weten de bestaande plattegrond van de toren en het begrip symmetrie.
De toren vormt een symmetrische achthoek waarin dus ook acht identieke segmenten
te onderscheiden zijn. De architect heeft simpelweg drie van deze segmenten
doorgetrokken buiten het bestaande oppervlak van de toren en zodoende
met behoud van de basisstructuur van de plattegrond een aanbouw gerealiseerd die
in geen enkel opzicht dissoneert met het bestaande bouwwerk.
Ook bij de latere verbouwingen (getekend door Jan Tromp,
Architecten-bureau Overbeek en Tromp) is uitgegaan van deze basisgedachte.
Dat beide aanbouwen gerealiseerd zijn in een andere periode komt tot uiting in het feit
dat er een groot verschil is in materiaalgebruik. De eerste aanbouw bestaat bijna
geheel uit gebroken kalkzandsteen en trespa terwijl de tweede aanbouw bekleed is met
onbehandeld "western red cedar" en een luifel heeft van aluminium en verzinkt staal.

Functionele eenheden
Binnen in de toren is bij de laatste bouwkundige ingrepen uitgegaan van "functionele eenheden".
Om het gevoel intact te houden van het wonen in een watertoren is er voor gekozen om zo
min mogelijk wanden en deuren te plaatsen maar de ruimtes als het ware als een
verticale "loft" te gebruiken. Elke verdieping heeft daardoor zijn eigen functie.

Constructieve elementen
Om het "torengevoel" een extra dimensie te geven zijn de oorspronkelijke constructieve elementen
gebleven zoals ze waren. Een doorgebroken muur bleef een gat in de muur, zonder dat verder af te werken.
In de plafonds van alle ruimtes (allemaal op ongeveer 4 meter hoogte) zitten ruwe, onbewerkte en
ongeschilderde betonnen balken en op de slaapkamer op de derde verdieping zit nog steeds een grote
gietijzeren hemelwaterafvoer. De authentieke dubbele voordeur is prominent aanwezig.
Een blikvanger in het woongedeelte.

De tuin
Ook in het tuinontwerp is het principe toegepast van het "doortrekken van de segmenten" van de toren.
De tuin is verder zeer onderhoudsarm door de toepassing van bodembedekkers (Hedera).
Het ontwerp is simpel, strak maar zeer functioneel. De oprit is verhard met "Gravier D'or", het terras met
betontegels en schelpen. Naast genoemde bodembedekkers is de tuin omgeven door een beukenhaag
met daarvoor in de border allerlei vruchtboompjes.